Een van mijn dromen was altijd een keer naar Amerika gaan om daar te klimmen en wat van de Amerikaanse cultuur te zien. Het liefst een paar maanden lang. Helaas liet het werk deze laatste wens niet toe. Dus vertrokken Suuz en ik dan maar voor drie weken naar de States. Ook niet vervelend zal ik maar zeggen. Zo gezegd, zo gedaan. Dus zo vertrokken we op 10 oktober met het vliegtuig richting het “Wilde Westen”. Na een brakke vlucht van veel te veel uren kwamen we in Chicago aan. So far no problems! Wij richting de bagage banden om al onze spullen op te halen. Drie dikke joekels van tassen hadden we laten inchecken. Na een tijdje bij de band te hebben gestaan en alle andere passagiers geobserveerd te hebben hoe zij wel hun bagage konden afhalen. Wij de vraag aan een SAS medewerker gesteld waar onze tassen bleven. De dame in kwestie reageerde met:”oh, they arrive tomorrow. You can claim your bagage there. bye!”. En dit was het moment dat al mijn zelf controle technieken vanuit mijn werk van pas kwamen. Kortom, om een lang verhaal kort te maken. De shit werd geregeld. En wij zaten vervolgens een nachtje in het Hilton op kosten van de zaak. Zoals het hoort.
Dag twee dus onze bagage terug gekregen en de huurauto opgehaald. Vanaf hier kon het avontuur verder. De eerste opgave was uit Chicago komen en wennen aan de American way of driving. Wel wennen maar als je eenmaal gewend bent dan is het echt appeltje-eitje en een stuk relaxter dan dat opgefokte gedoe in Europa. Gewoon, stoel naar achteren, colaatje in de hand, muziekje erbij, middelste baan-keep your lane, een voet op het dashboard en de cruise control op 70mhp. Wel tussendoor nog wat boodschappen gedaan. Hieronder wat foto’s van de waren die veelvuldig verkocht worden in de States. Handig als je route bezet is en je niet wil wachten of last hebt van ander ongedierte ;-). Dus, na de verplichte boodschappen nog wat meer rijden naar de Red River Gorges (verder te noemen als RRG). We hadden een plek gereserveerd op de camping Lago Linda in Beattyville. Rond middernacht kwamen we aan in genoemde plaats. Alleen geen camping te bekennen. We hadden alleen een adres maar verder eigenijk geen kaart van de omgeving. Alleen een vage route beschrijving waar we niets aan hadden. Kaarten waren overigens nergens te koop en niemand wist exact waar de camping was. Overigens ter info. Het was inmiddels rond 2 uur ’s nachts en nog steeds waren de tank stations open in de meest kleine dorpjes. We hebben zo tot een uur of 3 rond gereden zonder succes totdat we een Trucker naar de camping vroegen en wonderwel, deze aardige man woonde vlakbij de plek van bestemming. Na nog wat rijden kwamen we na twee dagen reizen eindelijk aan. Tent opgezet en slapen.
Wat na deze reis volgde waren veel klimdagen. De een wat beter dan de ander. De ene dag wat beter weer dan de ander. Eigenlijk zoals dat al jaren gaat bij ons op elke trip: twee klimdagen waar je jezelf helemaal gaar trekt en dan weer een rustdag. Ondanks deze standaard, die overigens helemaal prima is. Waren er toch aardig wat verschillen met wat we normaal gewend zijn. Ten eerste de RRG. Een prachtig zandsteen gebied. Als je Berdorf mooi vindt dan is dit tot de macht 10 mooier, sterker. Dan is Berdorf eigenlijk een aardig pruts gebiedje waar ze net iets te vaak de hilti in de wand hebben gezet. Ik ben behoorlijk onder de indruk van de schoonheid van de wanden en de kwaliteit van de routes. We hebben in de 2,5 week dat we er hebben geklommen best een aantal gebieden gezien maar ik heb serieus geen slechte route geklommen. Behalve dan de welbekende motherlode. Een steile wand, en soms wel 40 meter lang. Een erg indrukwekkende wand en heel erg steil. Echter het klimmen vond ik hier tegenvallen. De tendens van de meeste routes was voornamelijk bakken sjorren door steil terrein en als je de techniek poot hoog en door beheerst dan kon je er erg veel. Wat echt een prachtwand was om te sportklimmen was Gold Coast. Een van de mooiste sportklimwanden die ik ooit heb gezien, 18 meter lang en 25 graden overhangend. Hier werd het klimmen wat meer getypeerd door randjes klimmen en af en toe wat indraaien. Jaja, dat deze ouwe poot-hoog-door-rukker dit nog eens zou opschrijven.









Niet dat de Franken niet mooi is maar de wanden in de RRG zijn esthetisch prachtig om te zien. En dan niet maar 1 wand, maar bijna alle wanden waar we hebben geklommen. Dit kan in de Franken ook maar dan moet je wel even zoeken. Een schoonheid die je overigens zelden ziet bij kalk wanden. Wat vaak dan het probleem is bij zandsteen zijn de beperkte keuze aan grepen maar ook dit probleem speelt hier niet want in de RRG zijn er grepen in overvloed van een hoogwaardige kwaliteit. Ik heb deze trip slechts 1 dikke greep gesloopt (uit een 8b+) terwijl ik in de Pfalz wel meerdere routes onbewust (en per ongeluk) gemoduleerd heb.





Dan een heel ander aspect maar niet geheel onbelangrijk: de cultuur. Die is wel heel anders dan die in Europa. Ook de klim scene is echt wel anders in de States. Waar Europeanen vaak een beetje op afstand zijn in een klimgebied, daar hebben ze in de VS geen last van. Zo hebben we heel veel leuke mensen leren kennen en gesproken maar ook een paar keer flinke ruzies mee gemaakt onder de wand ;-). Prachtig voor mij als sociaal agoog om al die sociale processen te kunnen observeren, gnagna! En de locale bevolking in Kentucky, die zijn ook niet zo moeilijk, erg behulpzaam en altijd uiterst vriendelijk. Alleen zijn er wel een paar zaken die ze echt wel missen zoals goede koffie, veel goede supermarkten, fatsoenlijke restaurants en goede smaak wat betreft kleding. Niet dat ik zo’n mode pop ben maar de gemiddelde Kentuckiaan loopt er rond in een houthakkers blouse of in een gore blauwe overall.
Terug naar het klimmen. Doel voor mij was om een beetje lekker wat te zien wat betreft routes en misschien wat moeilijkers aan te voelen. Zo ver van huis had ik echt geen zin om een project aan te boren en deze niet te klimmen. Nee, dat doe ik wel dichter in de buurt van Nederland. bijvoorbeeld in de Franken. Deze trip heb ik nog wel een mooie en wat langere 5.13D geklommen (White man’s Shuffle) en de korte God’s Own Stone 5.14a. Die laatste ging in de tweede poging nadat ik de dag ervoor een greep had uitgesloopd , oepsie….. Ze waren weer blij met mij. Ik murmelde iets tegen een Amerikaan: “I always have this kind of bullshit”. Waarop die gozer mij vraagt:”what the hell do you weigh?”. Ik antwoordde zoiets van “61kg”. Die gast keek mij vol ongeloof aan en bleef stil.
Naast al het sportklimmen heb ik ook nog wat traditioneel geklommen. Dit ook een dagje met Jorx nadat ik hem en zijn vriendin Katha uitvoerig op de gevoelige plaat had vastgelegd in niet nader te noemen harde en stijle routes. De dames wilden gewoon sportklimmen. Jorx en ik mochten eindelijk met onze speeltjes spelen (nuts, friends and thé whole shebang). Dag 1 dacht ik (overigens, zonder Jorx) wel ff een 5.11b spleet omhoog te kunnen vlammen (denk wel, dit is maar 6b). Even hierbij vergeten dat spleetklimmen in de USA wel een andere tak van sport is. Kortom, na wat gehannes tot aan 3/4 van de route was ik zo volgelopen van het niet-klemmen en gear plaatsen dat ik uit de route kwam pleuren en hierbij vol een kleine friend los trok en dus nog wat verder vloog. Poging twee ging niet veel beter en vervolgens vloog ik weer een eind in een friend die deze keer wel hield.
De dag met Jorx was beter. Toen heb ik samen met Jorx, na de fotoshoot, nog Rock Wars 5.9+ en Autumn 5.9- geklommen. Twee prachtige klassieke spleten in de Red. Als derde route wilden we B3 doen, helaas gooide het weer roet in het eten. Wat volgde was een bak water uit de hemel. Dit was dan ook het eind van de klimtrip van Suzanne en mij aangezien dit onze laatste klimdag was. Precies goed getimed dus. Weg voor het slechte weer.

Tijd voor Chicago! Naast het klimmen in de RRG wilden Suuz en ik nog een paar dagen Chicago bekijken. Als je dan zo’n eind reist naar een ander continent is het vrij logisch om eens wat anders te gaan doen dan klimmen. Op zich ben ik niet een persoon om dagen lang door een stad te banjeren maar bij Chicago heeft dit geen minuut verveeld. Overwegend vind ik Europese steden saai terwijl ik in best wat grote steden ben geweest. Chicago is echt wel anders. Deze stad leeft en bruist 24/7. En de gebouwen zijn echt bizar groot. Overigens, alles is groot in de States, zo dus ook de gebouwen. Ik bleef maar omhoog kijken naar die inmense wolkenkrabbers. Zoals altijd maak in tijdens een trip veel foto’s. Ik laat de beelden verder voor zich spreken. De reis zit er weer op. Op naar de volgende, ik vermoed dat die wel weer naar de Franken zal zijn.



fotografie: Werfieproductions en laatste klimfoto door Simon Meis.